Bij golf hangt de telling af van de spelvorm. Bij klassiek strokeplay tel je de slagen en de strafslagen op. Bij Stableford wordt je resultaat op elke hole omgezet in punten ten opzichte van een referentiescore, meestal de par.
Slagen en strafslagen per hole
Tel de slagen die je nodig hebt om elke hole uit te spelen en voeg de strafslagen toe die van toepassing zijn. Noteer dat totaal op je scorekaart, ook als de wedstrijd het daarna in punten omzet.
De par is de referentiescore die voor de hole is aangegeven. Speel je een par vier bijvoorbeeld uit in vijf slagen, dan is je score één slag boven par. Dat resultaat heet een bogey.
De puntentelling bij Stableford
Als de referentiescore de par is, geldt meestal deze puntentelling:
- Twee slagen of meer boven par: geen punten.
- Eén slag boven par: één punt.
- Par: twee punten.
- Eén slag onder par: drie punten.
- Twee slagen onder par: vier punten.
- Drie slagen onder par: vijf punten.
- Vier slagen onder par: zes punten.
De R&A beschrijft in detail hoe Stableford werkt. Controleer welke spelvorm is aangekondigd, want er bestaan varianten. De winnaar is wie in die spelvorm de meeste punten bij elkaar speelt.

Brutoscore en nettoscore
De brutoscore bestaat uit je slagen en strafslagen, voordat er rekening wordt gehouden met de slagen die je krijgt. Voor de nettoscore trek je de slagen af die je krijgt, bepaald door je handicap en de voorwaarden van de wedstrijd.
Een voorbeeld: op een par vier speel je zes slagen en krijg je op die hole twee slagen. Je nettoscore is vier; met de gewone puntentelling levert dat dus twee netto Stablefordpunten op.
Aan je handicapindex alleen zie je niet hoeveel slagen je op elke hole krijgt. Gebruik de gegevens op de scorekaart en de speelhandicap die voor de ronde is vastgesteld. De marker noteert de scores volgens de instructies, waarna de commissie of het systeem de voorgeschreven berekening maakt.
