Hoe kies je een golfpolo: wat je controleert vóór je koopt

Crèmekleurige Dogleg-polo met bordeauxrode kraag, gedragen op de baan

Je kent het gebaar: de hand die naar achteren gaat om de polo in de broek te stoppen, tussen twee slagen door, zonder er zelfs bij na te denken. Wij doen het voortdurend, en lange tijd dachten we dat het een kwestie van maat was, dat we iets langers moesten kopen.

Het is bijna nooit de maat. Het is de manier waarop het kledingstuk is opgebouwd, en dat controleer je in het pashokje, met twee bewegingen, zonder ander gereedschap dan je armen. De rest, die gedeponeerde technologieën op het label, is jargon.

Pas hem in beweging, anders pas je hem niet

Een golfpolo draag je urenlang, en in die uren gaan je armen boven je schouders, draait je romp, opent je rug, met een tas over je schouder. Hem passen met je armen langs je lichaam voor een spiegel vertelt je daar niets over.

Twee bewegingen volstaan. Breng beide armen horizontaal omhoog en mim daarna een backswing, langzaam, zonder je om de spiegel te bekommeren. Als de onderrand omhoog kruipt, of als de stof over je bovenrug trekt, is de snit het probleem. Niet de maat. En geen enkele wasbeurt verandert daar iets aan.

Een tweede aanwijzing, nog sneller: voorovergebogen in het pashokje moet je rug bedekt blijven, dus het achterpand hoort iets langer te zijn dan het voorpand.

Eén zin over kledingvoorschriften en we gaan verder: een bovenstuk met kraag komt overal binnen, spijkerbroeken blijven in de kleedkamer als je de baan op gaat ook al tolereren sommige clubhuizen een schone, metalen spikes zijn uitgesloten waar zachte spikes prima zijn, de pet gaat binnen af, en omdat alles per club verschilt, lost één telefoontje naar het secretariaat de rest op.

Infographic die de echte kwaliteit van een polo, dichtheid van het brei, binnennaden, verstevigde knopen, een stabiele kraag, tegenover de marketingbeloften zet die er als labels op zijn geplakt

Het armsgat, en als je één ding onthoudt

Het armsgat is de opening waarin de mouw wordt gezet. Niemand noemt het in een winkel, en het is niettemin wat alles bepaalt.

Als het laag en wijd is uitgesneden, zit de naad ver onder de oksel, en dan verplaatst het optillen van je arm meer dan alleen de mouw: het trekt het hele lijf van het kledingstuk omhoog. De onderrand komt uit je broek, de stof spant over je rug, en je brengt je ronde door met bijtrekken. Een hoger, smaller armsgat, met de schoudernaad precies op het bot, laat de arm omhooggaan zonder de rest mee te nemen.

Het is tegen de intuïtie in, dat weten we: in het pashokje voelt een ruime polo als meer bewegingsvrijheid, en het tegendeel is waar. Als je één ding uit dit artikel onthoudt, onthoud dan dat.

De stof: het gaat om het herstel

Er wordt veel te veel ophef gemaakt over stretch: elke stof rekt. Wat telt is het herstel. Trek een lap stof stevig in de breedte uit en laat los: blijft er een zichtbare vervorming achter, dan weet je al hoe je ellebogen en onderrug er over een paar rondes uit gaan zien.

Bij een speelpolo komt dat herstel van een aandeel elastaan dat door het polyester is gemengd. Dat is wat een kledingstuk weer in vorm laat komen in plaats van uitgerekt bij de elleboog te blijven hangen.

Keer het kledingstuk binnenstebuiten: regelmaat van het brei, netheid van de binnennaden. Wees wantrouwig tegenover alles wat heel zacht aanvoelt: dat zegt niets over wat er daarna komt.

De kraag: één test, en verder niets

Een kraag die golft, zie je van ver en is niet meer te redden. In het pashokje kom je niet te weten hoe hij is opgebouwd, en dat hoeft ook niet: de test duurt drie seconden.

Vouw de kraag stevig naar beneden en laat los. Hij moet vanzelf terugkomen, zonder de vouw vast te houden. Kijk daarna naar de knoopsluiting: plat, strak, netjes gestikt. Een sluiting die aan het hangertje al scheeftrekt, wordt thuis niet recht.

Onderhoud, dat net zo zwaar weegt als de keuze

Koud in de machine, donkere kleuren apart, geen bleek, en vooral geen wasverzachter: die laat een laagje op de vezel achter en laat hem precies verliezen waarvoor je hem kocht.

Voor kinderen dezelfde tests, maar op het kind, niet op het hangertje: een kind zal je nooit vertellen dat zijn polo in de weg zit, het past zijn beweging aan zonder het te merken.

Om te onthouden

  • Armen omhoog en een gemimede backswing in het pashokje: een polo die daar omhoogkruipt, kruipt op de baan ook omhoog.
  • Het hoge armsgat vóór alles. Wijd betekent niet vrij.
  • Bij stof telt het herstel na het uitrekken, nooit de zachtheid.
  • De kraag wordt omgevouwen en moet vanzelf terugkomen.
  • Nooit wasverzachter.

We hebben onze polo’s vanuit deze vragen ontworpen, omdat we niet vonden wat we zelf wilden dragen. Onderwerp ze aan precies dezelfde tests als de rest, trage backswing inbegrepen.

Alle artikelen